Discussie tussen Hans en Frans over box 3, blijf wakker
Datum : 27-09-2026
Discussie tussen Hans en Frans over Box 3: blijf wakker
Wanneer MeerBusiness‑organisator Frans van der Riet zijn accountant Hans van Schie (Moore Accountants & Adviseurs) tegenkomt, gaat het al snel over hun aanstaande bezoek aan de Tweede Kamer. “Moeten we ons voorbereiden op de Box‑3‑discussie?” vraagt Frans. Hans knikt: “Zeker. Box 3 is veel meer dan spaargeld belasten. Het raakt rechtsgelijkheid, vermogensongelijkheid, eigendomsrecht, economische prikkels én de vraag wat ‘inkomen’ eigenlijk is.”
Van fictief rendement naar juridisch probleem
Hans schetst hoe het oude systeem werkte: jarenlang werd gedaan alsof vermogen een vast fictief rendement opleverde. Dat was simpel, maar leidde tot scheve situaties. Spaarders met nauwelijks rente werden belast alsof ze hoge winsten maakten. De Hoge Raad zette in 2021 een streep door dit stelsel omdat het in strijd kon zijn met eigendomsrecht en het discriminatieverbod.
De tussenfase: forfaits én tegenbewijs
Sinds 2017 werkt de Belastingdienst met verschillende forfaitaire rendementen voor spaargeld, beleggingen en schulden. Vanaf 2025 kunnen belastingplichtigen aantonen dat hun werkelijke rendement lager was. Dat klinkt eerlijker, maar creëert een dubbel systeem: de fiscus schat, de burger bewijst — en de Belastingdienst moet controleren.
De kernvraag: wat is ‘werkelijk rendement’?
Frans en Hans lopen door de filosofische én praktische problemen heen. Rendement kan bestaan uit rente, dividend, huur, gerealiseerde koerswinst én papieren waardestijging. Maar belasting over papieren winst kan tot liquiditeitsproblemen leiden. Tegelijkertijd geeft belasting pas bij verkoop (vermogenswinstbelasting) weer enorme prikkels om verkoop uit te stellen.
Politiek: links, rechts en alles ertussen
Links benadrukt draagkracht, vermogensongelijkheid en het belasten van hoge rendementen. Rechts wijst op eigendomsrecht, investeringsprikkels, inflatie en het risico dat belasting wordt geheven over geld dat iemand niet heeft ontvangen. En dan is er nog de uitvoeringspraktijk: kan de Belastingdienst dit überhaupt aan?
Het nieuwe voorstel voor 2028
Het kabinet kiest voor een hybride stelsel:
-Vermogensaanwasbelasting voor liquide beleggingen (jaarlijkse waardestijgingen worden belast).
-Vermogenswinstbelasting voor illiquide vermogens zoals vastgoed en startups (waardestijging pas bij verkoop belast).
Dit moet liquiditeitsproblemen voorkomen, maar maakt het stelsel complex. De Raad van State waarschuwt voor administratieve lasten, waarderingsproblemen, eigengebruik van vastgoed en belastingarbitrage tussen boxen. Politieke partijen zijn verdeeld: sommige willen juist meer richting vermogenswinst, anderen willen hogere tarieven of minder uitzonderingen.
De grote les van Hans en Frans
Box 3 kun je eigenlijk niet los zien van box 1 en box 2. Vier mensen met hetzelfde vermogen — spaargeld, BV‑vermogen, overwaarde of beleggingen — worden fiscaal totaal anders behandeld. De echte vraag is daarom: belast je vermogen zelf, of belast je alleen het inkomen uit vermogen? En wanneer ontstaat dat inkomen precies? Frans sluit luchtig af: “Hans, laten we deze discussie maar niet helemaal meenemen naar de Tweede Kamer. Ik reken de drankjes af — en volgende keer zetten we een boom op over de toeslagen.”
Wil je de gehele discussie en uitleg lezen? Ga dan maar even zitten en klik op het bijgevoegde bestand.